1. We erkenden dat we machteloos waren over de Verslaafde en
    dat ons leven stuurloos was geworden.
  2. We begonnen te geloven dat een Macht groter dan wijzelf ons
    weer geestelijk gezond zou kunnen maken.
  3. We besloten onze wil en ons leven onder de hoede te stellen
    van God, hoe ook ieder van ons persoonlijk Hem ervaart.
  4. We maakten zonder angst een nauwgezette morele inventaris
    van onszelf op.
  5. We erkenden tegenover God, tegenover onszelf en tegenover
    een medemens de ware aard van onze fouten.
  6. We waren volkomen bereid al deze karakterfouten door God te
    laten wegnemen.
  7. We vroegen Hem nederig onze tekortkomingen weg te nemen.
  8. We maakten een lijst van alle mensen die we onrecht hadden
    aangedaan en onze bereidheid groeide om het met hen allen weer
    goed te maken.
  9. Zo mogelijk maakten we het met hen allen persoonlijk weer
    goed, behalve indien dit hen of anderen zou kwetsen.
  10. We gingen door met het opmaken van onze persoonlijke
    inventaris en als we fouten maakten gaven we dat onmiddellijk toe.
  11. Door gebed en meditatie trachtten we ons bewuste contact
    met God, hoe ook ieder van ons Hem ervaart, te verbeteren, Hem
    slechts biddend om ons Zijn wil met ons te doen kennen en om de
    kracht om dat uit te voeren.
  12. Dank zij deze Stappen tot geestelijke bewustwording
    gekomen, trachtten wij deze boodschap aan anderen door te
    geven en deze beginselen in al ons doen en laten toe te passen.

Copyright 2014 Nar-Anon Family Group Headquarters, Inc. Used with permission.